PARAMARIBO – Econoom Winston Ramautarsing heeft bij D-TV hard uitgehaald naar de huidige regering-Simons/Rusland. Volgens hem zou deze regering in slechts zeven maanden meer corruptieschandalen hebben veroorzaakt dan de regering-Santokhi in vijf jaar. Een gewaagde uitspraak, maar wie de economische historie van Ramautarsing kent, ziet een patroon van wispelturigheid en selectieve verontwaardiging.
Een korte geheugenopfrissing
Ramautarsing stelt dat het “alleen maar slechter wordt”. Maar laten we naar de feiten kijken. De economische puinhopen waar Suriname de afgelopen jaren uit moest klimmen – inclusief een torenhoge schuldpositie en een kelderende koers onder de regeringen die hij in het verleden soms opvallend zachtzinnig aanpakte – lijken hem nu te ontgaan.
Het is opmerkelijk dat een econoom van zijn kaliber corruptie en economisch verval nu plotseling in maanden telt, terwijl hij de structurele vernietiging van onze monetaire reserves in eerdere decennia vaak met technische termen probeerde te verbloemen. Waar was deze vurige verontwaardiging toen de basis voor de huidige inflatie en schuldenlast werd gelegd?
Financieel-economische realiteit vs. Politieke retoriek
Financieel-technisch gezien is de bewering dat zeven maanden “erger” zijn dan vijf jaar Santokhi simpelweg niet te staven met macro-economische data.
Schuldenbeheer: De herstructurering van schulden is een proces van jaren, niet van maanden. De huidige instabiliteit is vaak het resultaat van jarenlang wanbeleid, niet slechts van de laatste paar maanden.
Corruptie-indicatoren: Corruptie bestrijd je met instituten, niet met kreten bij Diverse media. Het roepen dat het “erger wordt” zonder naar de dieperliggende begrotingscijfers te kijken, is een econoom onwaardig.
Wispelturigheid als handelsmerk
In de loop der jaren heeft Ramautarsing talloze artikelen geschreven in de Ware Tijd en andere media. Wie die teksten naast elkaar legt, ziet een man die de ene dag pleit voor streng monetair beleid en de volgende dag moord en brand schreeuwt als de sociale gevolgen van datzelfde beleid zichtbaar worden. Zijn kritiek is niet gebaseerd op een consistente economische visie, maar lijkt eerder een reactie op de politieke kleur van de dag.
Conclusie: Een econoom of een politiek commentator?
Het is makkelijk om vanaf de zijlijn te roepen dat het de verkeerde kant op gaat. Maar van een gerespecteerd econoom verwachten we analyses gebaseerd op de jaarverslagen van de Centrale Bank en de realiteit van de internationale financiële markten, niet op onderbuikgevoelens.
Diefstal en corruptie moeten altijd worden aangepakt – of het nu onder Simons, Santokhi of Bouterse was. Maar de selectieve verontwaardiging van Ramautarsing begint een vals toontje te krijgen dat we inmiddels maar al te goed kennen.



